De maalderij
Het koken en de versuikering
Het afkoelen en de toevoeging van gist
De gisting
Het distilleren
Flash animatie
Het proeven
Toeristische formules
Reservatie

Het distilleren

De eerste distillatie
Het doel van de distillatie is om de alcohol van de rest van de materie te scheiden. Het principe is simpel: alcohol gaat over van een vloeistof in een gas bij een temperatuur van 78.4°C, terwijl water slechts overgaat in stoom bij een temperatuur van 100°C.

De distillatiezaal wordt ook de "Paleiszaal" genoemd omdat hier de meest imposante machines van de ganse stokerij staan. Men treft hier drie distilleerkolommen, drie wijngeisers, vijf koelers en twee distilleerkolven aan. Dit is ook de kalmste, de meest rustige zaal. Het distilleren gebeurt onder het waakzame oog van de heilige Maria Magdalena, de patroonheilige van de distillateurs en de zondaars die een plaatsje gekregen heeft in de nok van het dak.

Het gegiste beslag zakt automatisch naar een lager gelegen transfervat dat zich tussen de gistzaal en de distilleerzaal bevindt. Vervolgens wordt het door een eerste van vier dubbele pompen naar één van de drie koperen wijngeisers gepompt.

De wijngeiser wordt langs onder gevuld en door een systeem van overlopen wordt het beslag dan naar de bovenkant van de distilleerkolom gebracht. De drie koperen kolommen dateren van 1881 en zijn voorzien van 17 plateaus die op zeven plaatsen doorboord zijn en waarlangs een soort van schouw het stijgen van de alcoholdampen mogelijk maakt. De plateaus zijn zodanig opgesteld dat het neerdalen van de materie in de kolom vertraagd wordt.

De stoom wordt langs de basis van de distilleerkolommen ingebracht. Onderaan moet er een temperatuur van 95.5°C bereikt worden. Het beslag wordt langs boven naar binnen gevoerd en daalt zo plateau per plateau. Naarmate het beslag daalt, gaat de alcohol van vloeibare staat over naar een gas en stijgt hij in de kolom terwijl het water en de rest van de spoeling (draf) langs beneden afgevoerd worden.

De alcoholische dampen gaan eerst door een spiraalvormige buis in de wijngeiser. Door warmtewisseling wordt het beslag dat van de gistzaal komt, voorverwarmd en koelen de alcoholdampen door verlies van calorieën af.

De alcoholische dampen dalen dan door de spiraalvormige buis in de koeler naar beneden om zo uiteindelijk nog een temperatuur van 20°C te behouden. De gassen worden afgekoeld en terug vloeibaar: deze alcohol heeft een alcoholgehalte van 35%vol., flegma genaamd. Deze alcohol is niet voor consumptie geschikt omdat de smaak nog niet verfijnd en vol is. Het is deze alcohol die men aan de soldaten in de loopgraven voorschotelde tijdens de Eerste Wereldoorlog. Het flegma wordt door één van de dubbele pompen naar twee hoger gelegen transfervaten gepompt om daar gedurende 48 tot 72 uren te rusten.

De residu's van het distilleren die beneden in de kolom aankomen zijn volledig ontdaan van alcohol en worden naar een overhevelvat gepompt. Daar worden de heldere delen, zeg maar het vloeibare gedeelte van de residu's gescheiden van de vaste delen. De heldere delen (30%) worden naar het afkoelingsapparaat, de platte bakken genaamd gepompt om daar geleidelijk af te koelen. Dat is daar perfect mogelijk omdat de platte bakken een heel groot oppervlak hebben dat ik direct contact staat met de lucht en dat slechts een geringe diepte heeft (30 cm).

De platte bak, die zich boven op een soort Eiffeltoren -structuur bevindt en die in een goed geventileerde ruimte staat. De heldere delen worden hergebruikt bij de afkoeling en het toevoegen van gist.

De draf (of spoeling), de vastere delen (70%) worden als veevoeders gebruikt door de veetelers en vormen zo een natuurlijke voeding van goede kwaliteit die veel rijker is dan de ingevoerde "sojakoeken".

De tweede distillatie
Na het opslaan van het flegma in de hoger gelegen rustbakken, wordt het flegma overgeheveld naar één van de twee distilleerkolven om er een "langzame distillatie door evaporatie" te ondergaan. De bedoeling van deze tweede distillatie is de alcohol geschikt voor gebruik te maken en er het parfum van de jeneverbes aan toe te voegen.

In de koperen distilleerkolf van het model "Charentais" wordt de door de stoom verwarmde alcohol vrijgemaakt en men hangt er een mandje met 900 g jeneverbessen in op. De alcohol, die als een gas de eigenschap heeft alle omgevende parfums op te vangen, wordt met het parfum van de jeneverbessen doordrongen. Men bekomt zo een granen eau de vie die geparfumeerd is met jeneverbessen. Deze tweede distillatie laat toe de voorloop en de naloop van de middenloop te scheiden en zo alleen de middenloop over te houden voor het stoken van de jenever. (De voorloop en de naloop bevatten namelijk de vettere alcohol)

De alcohol verlaat de distilleerkolf via de zwanenhals, passeert dan langs een koeling en bereikt bij een temperatuur van 20°C een alcoholvolume van 63-65%. Na de verplichte passage bij de teller van de staat die precies moet weten hoeveel granen eau de vie er geproduceerd wordt, wordt er overgegaan tot nog een kwaliteitscontrole.

 

Het productieproces: schema met commentaar en afbeeldingen (Flash)

  Distillerie Claeyssens de Wambrechies
1, rue de la Distillerie - F-59118 WAMBRECHIES - E-mail :info@wambrechies.com
Distillerie de Wambrechies > Tel: + 33 3 20 14 91 90 - Fax: +33 3 20 14 91 99
Visites > Tel: + 33 3 20 14 91 91 - Fax: +33 3 20 14 91 98