Geschiedenis van de jenever
De jeneverbes
Productieproces
Cocktails
Recepten
Lexicon

Alcohol van granen en jeneverbessen,
de grondslag van de jenever

De distilleerkolf en de granenalcohol

De distilleerkolf (ook wel alambiek genoemd) is een Egyptische uitvinding en gaat terug tot 3000 voor Christus. Hij werd aanvankelijk gebruikt voor het maken van parfums en maquillage (namelijk hol). De distilleerkolf had eerst enkel zeer nobele bedoelingen (alcohol werd immers gebruikt als medicijn). Het is de godsdienst die deze uitvinding in de 3de eeuw na Christus naar Europa brengt.

De Ieren leerden het distillatieprocédé van de Egyptenaren. Vervolgens gaven de Ierse monniken die kennis door aan de Nederlanders. De tussenpersoon was St.-Patrick en voor Nederland St.-Columbus. Parallel hiermee brachten de Arabieren vanuit Spanje dezelfde kennis binnen in Oost-Europa. Vandaar ook de verklaring van de woorden :

AL AMBIK : de vaas.
AL KHÔL : de alcohol.

De jeneverbes

De jeneverbes is een struik die tot de familie van de coniferen behoort. Hij kan een hoogte van drie meter bereiken en er staan naalden aan. In Europa is de struik algemeen verspreid,... Meer info

Jenever, een eeuwenoude drank

De herkomst van de jenever

De alcohol die uit graan gedistilleerd werd was bijzonder populair in het Nederland van de 16de eeuw. De jenever zoals we hem nu kennen ontstond in het laboratorium van de apotheek van Sylvius de Bouve, een vermaard chemicus, geleerde en alchimist en bovendien professor aan de universiteit van Leiden. Sylvius brengt het alcoholgehalte in de granen eau de vie op peil en voegt er het parfum van de jeneverbes aan toe. Hij verkoopt die alcohol onder de naam Genova als remedie tegen lumbago, spierpijn en gewrichtspijn (1595).

Aan het eind van de 16de eeuw begint de distilleerderij Bols in Nederland met de productie van haar jenever. In de landen zonder wijn wordt deze vervangen door eau de vie (en door bier). In de 16de eeuw is het eau de vie niet langer in de eerste plaats een medicijn maar wordt het een algemeen verspreide consumptiedrank.

De Genova wordt verkocht tot in Engeland, maar omdat er daar zo hoge taksen geheven werden, wordt hij daar clandestien verkocht aan het eind van de 17de eeuw. De jenever wordt aangelengd met terpentijn en andere "vergiften" om zo uiteindelijk te verworden tot wat we vandaag Gin noemen. Deze alcohol vertoont absoluut geen gelijkenissen meer met de Hollandse jenever en nog veel minder met de Franse granenjenever.

Jenever in Frankrijk

Vanaf de 16de eeuw worden er distilleerderijen gesignaleerd in de gebieden waar er granen verbouwd worden en in de nabijheid van de Schelde. Deze stokerijen maken gebruik van gerst, rogge en graan als voornaamste grondstoffen. In de 17de eeuw wordt de zogenaamde "Schiedam" jenever in Vlaanderen ingevoerd. Reeds in de 18de eeuw legden de zeelui van Duinkerken en Boulogne liever aan in de havens van Nederland om zich daar aan het lekkere goedje uit Schiedam dat de vertering bevorderde te goed te doen en om zich te bevoorraden.

In 1775 werd de eerste jeneverstokerij in Frankrijk in het leven geroepen te Dunkerque. In die regio telde men in de 19de eeuw elf jeneverstokerijen en 31 distilleerkolven, elk met een capaciteit van 30 hectoliter. De spoeling (of draf) die hiervan overbleef diende om een duizendkoppige veestapel te voeden. De dieren op hun beurt konden dan zorgen voor een natuurlijke bemesting van 500 hectare landbouwgrond.

De Distilleerderij Claeyssens dateert van 1798. Eerst was zij gelegen in Rijssel, in de rue du Marais, vanaf 1817 echter verhuisde ze naar de huidige fabrieken in Wambrechies (de gebouwen van de vroegere olieslagerij). De 19de eeuw was een periode van grote bloei voor de jeneverstokerijen en hun aantal vermeerderde dan ook enorm in het noorden van Frankrijk gedurende die periode.

Die expansie is te verklaren door het succes van de drank en door de verkoop van de spoeling aan de veeboeren, wat de productie dus nog eens extra ten goede kwam. De consumptie van melk vermeerderde vanaf 1850 zeer sterk in de steden. Daarvoor had men dus ook een groter aantal melkkoeien nodig en die werden dan gevoerd met de spoeling van de jeneverstokerijen.

Bij het begin van de 20ste eeuw waren er een 100-tal distilleerderijen in de Nord - Pas de Calais die een granen eau de vie produceerden die met jeneverbes geparfumeerd was. Deze jenever werd op korte tijd de meest populaire drank voor de arbeiders in de textielsector en voor de mijnwerkers uit de streek. Vaak werd hij al 's morgens gedronken om zich zo moed in te drinken alvorens aan de zware dagtaak in de fabriek of in de mijn te beginnen.

Vanaf 5 uur 's ochtends dronken de arbeiders al jenever met koffie, à la "bistouille":

  • de arbeider dronk zijn jenever ad fundum om zo de sterke smaak van de hete koffie te verzachten
  • de arbeider dronk de helft van zijn koffie op en vulde dan zijn tas aan met jenever
  • de arbeider dronk zijn koffie zo goed als leeg en gebruikte dan de jenever om het bezinksel van de koffie zo toch nog te kunnen opdrinken en er in feite zijn tas mee te spoelen

De arbeiders dronken de jenever steeds op één van de hoger beschreven wijzen.

Nu

Bij het begin van het nieuwe millennium blijven er in het noorden van Frankrijk maar drie jeneverstokerijen over. De jeneverproductie is sterk gedaald door de crisis in de textielsector en door de sluitingen van de mijnen. Het gamma is echter meer gediversifieerd dan vroeger. Bij de stokerij Claeyssens produceert men nu ook Pur Malt en Vieux Malt naast de klassieke jenever die men overigens nog steeds volgens dezelfde methode stookt als in 1817.

  Distillerie Claeyssens de Wambrechies
1, rue de la Distillerie - F-59118 WAMBRECHIES - E-mail :info@wambrechies.com
Distillerie de Wambrechies > Tel: + 33 3 20 14 91 90 - Fax: +33 3 20 14 91 99
Visites > Tel: + 33 3 20 14 91 91 - Fax: +33 3 20 14 91 98